Kenmerkende meetresultaten indicatie voor meerwaarde FOME-BES onderzoek

Er wordt al enige tijd gemeten op alle vijf de onderzoekslocaties: Utrecht Rijnsweerd, stationsgebied Utrecht, Utrecht Science Park, Strijp S Eindhoven en Delft. Van alle locaties is een plattegrond met de meetlocaties beschikbaar en zijn de meest kenmerkende meetresultaten in beeld gebracht. Met deze voorlopige meetresultaten kunnen we al een eerste inschatting maken de meerwaarde van het FOME-BES onderzoek:

  • potentie voor optimalisatie bij de bron
  • potentie voor het optimaal benutten van het bodemenergiepotentieel
  • potentie voor het voorspellen van de regeneratiebehoefte (ten bate van energievoorraadbeheer)
  • potentie voor voorspelling onderhoudsbehoefte
  • inzicht in bodemsamenstelling en reikwijdte van de bronnen

Bekijk de resultaten.

Het FOME-BES project is met een half jaar verlengd en zal in de zomer van 2017 worden afgerond.

Utrecht haalt meer energie uit de bodem

Gedeputeerde Mariëtte Pennarts en wethouder Lot van Hooijdonk ondertekenden op vrijdag 28 oktober de Utrechtse Bodemenergie Agenda. Bodemenergie is duurzaam en vermindert de CO2-uitstoot. Met de samenwerkingsovereenkomst maken gemeente en provincie afspraken over nauwere samenwerking met als doel een betere, efficiëntere benutting van de Utrechtse bodem.

Hoger gebruik van bodemenergie mogelijk
De Utrechtse bodem biedt méér mogelijkheden voor warmte-/koudeopslag  (WKO) in de ondergrond dan tot nu toe wordt gebruikt. Bij WKO wordt water uit de bodem gebruikt om gebouwen te verwarmen of te koelen. Op dit moment wordt lang niet alle WKO-capaciteit benut. De opkomst van warmte-/koudeopslag in de ondergrond vraagt om een efficiënt bodemgebruik. Hoe kunnen we zorgen voor optimale benutting met behoud van de grondwaterkwaliteit? Hiervoor is kennisuitwisseling en samenwerking nodig, wat provincie en gemeente regelen in de nieuwe Bodemenergie Agenda. Dit moet leiden tot een hoger gebruik van bodemenergie, verduurzaming van gebouwen, meer onderzoek naar nieuwe technieken om gebruik te maken van bodemenergie en het op gang brengen van de maatschappelijke discussie hierover.

Kennisdeling en samenwerking
Mariëtte Pennarts, gedeputeerde provincie Utrecht: “Provincie en gemeente gaan hiermee sámen sturen op betere verdeling en benutting van de ondergrond.  Daarbij delen  we nieuwe kennis voor efficiënter en veilig gebruik van de ondergrond, en zorgen we voor betere ontsluiting van informatie. Niet alleen voor de overheden, maar  vooral ook voor de markt.“ Wethouder Lot van Hooijdonk: “Deelname van de gemeente aan een gezamenlijke agenda past in onze ambitie om samen met de stad en partners te werken aan de ontwikkeling van een gezonde, energieneutrale, duurzame stad.”
Gemeente en provincie nodigen partijen uit om samen met bodemenergie aan de slag te gaan: alleen met de inzet van ontwikkelaars, eigenaren en gebruikers van WKO-systemen, kennisinstituten en drinkwaterbedrijf komt de bijdrage van bodemenergie aan de energietransitie goed van de grond.

Nieuwe onderzoeksresultaten
Na de ondertekening presenteerde Jelle Buma van Deltares, kennisinstituut op het gebied van water en ondergrond, de eerste onderzoeksresultaten van het FOME-BES project naar het verbeteren van  de prestaties van WKO-systemen. Uit de eerste metingen blijkt inderdaad dat niet alle WKO-systemen optimaal worden benut. Bekijk de presentatie.

Vier van de vijf onderzoekslocaties in gebruik

Vorige maand zijn de glasvezelmeetnetten op Utrecht De Uithof en Strijp-S in Eindhoven in gebruik genomen. De eerste data zijn inmiddels uitgelezen en worden onderzocht. Hiermee zijn nu 4 van de 5 onderzoekslocaties in bedrijf. Naar verwachting kan begin 2016 op alle onderzoekslocaties worden gemeten.

Meetnet De Uithof (Utrecht)
Het meetnet in Utrecht de Uithof betreft 27 glasvezels tot ca. 50 meter diepte, nabij WKO-putten die in 2014 zijn aangelegd. In een aantal van deze putten wordt bovendien de temperatuur gemeten op 4 plaatsen aan de binnen- en buitenzijde van de bronwand.

Meetnet Strijp-S (Eindhoven)
In Strijp-S is een dubbele glasvezelkabel in één van de injectieputten geïnstalleerd: een passieve meetkabel zoals die op de andere locaties wordt gebruikt en een zgn. opwarmkabel. Het meetdoel is hier het detecteren van zones met hogere en lagere stroomsnelheden in de bronbuis, op basis van de gemeten temperatuurprofielen en –frontverplaatsing. Zones met een snellere temperatuurfrontverplaatsing kunnen duiden op verstopping van het filter.

Foto: © BAM Bouw en Techniek